Boekbespreking: Minerals with a French Connection (html-versie)

Cover
Door Herwig Pelckmans
Gepubliceerd in Gea maart 2019
 
 
Minerals with a French Connection, door François Fontan en Robert F. Martin. The Canadian Mineralogist, Special Publication 13, 2017. 577 pagina's, 800 kleuren- en zwartwitfoto's. Gezamenlijke publicatie van de Mineralogical Association of Canada (Québec, Canada) en de Société Française de Minéralogie et de Cristallographie (Parijs). ISBN: 978-0-921294-59-7. Richtprijs: 72,- euro.

We hebben er lang op moeten wachten, maar uiteindelijk ligt het boek dan toch op onze leesplank. Door de aanwezigheid van deze imposante kanjer van 588 pagina's glanzend papier formaat A4 (ingebonden, met een degelijke stijve kaft, goed voor bijna 2,2 kg leesvoer), buigt ze zelfs een beetje door. Hoog tijd om er eens lekker ontspannen te gaan bijzitten en het boek van naderbij te bekijken!

De inhoudstabel vooraan toont ons al direct de indeling van het boek:
Préface/Preface - Introduction - Hold the presses: new arrivals! - Minerals with a type locality in France - Minerals discovered elsewhere and named after French citizens - Six irregular cases - Appendices and indexes.

Zoals het bovenstaande doet vermoeden, is er inderdaad een voorwoord (van één pagina) in het Frans en één in het Engels. De rest van het boek, op de “Dédication” na (die gek genoeg niet in het Engels vertaald werd), is enkel in het Engels geschreven. Enkel de rugzijde is opnieuw tweetalig Frans-Engels.

De inleiding schetst een beknopt historisch overzicht van wat er zich op mineralogisch vlak heeft afgespeeld en zich nu nog afspeelt in Frankrijk. Na de Early discoveries volgt wat uitleg over de drie mineralenmusea die Parijs rijk is. Hier vinden we ook wat meer informatie over het keurslijf dat gebruikt werd voor alle mineraalbeschrijvingen (zie verder) en een bibliografie voor dit deel. Daarna volgt een lange lijst (bijna drie pagina's!) van personen die bedankt worden voor hun hulp aan dit project, waaronder diverse MKA-leden en Gea-donateurs.

Het voorwoord en de inleiding geven al snel uitleg over de opzet van het boek: tonen aan de hele wereld dat Frankrijk (ook) de bakermat was van de mineralogie en de kristallografie. Dat kan moeilijk beter geïllustreerd worden dan met een exhaustieve lijst van alle mineralen met typevindplaats in Frankrijk (122) of Nieuw-Caledonië (4), gevolgd door een even uitgebreide opsomming van alle mineralen die genoemd werden naar Franse burgers (128). Uiteraard blijven dergelijke lijsten niet lang actueel. Zo werd net voor het ter perse gaan het nieuwe mineraal giftgrubeiet gedoopt, dat op de valreep nog kon opgenomen worden in dit boek als new arrival; het werd “nummer 123 voor Frankrijk”. Verneiet, genoemd naar Jules Verne en ondertussen ook al beschreven, zat toen nog “in de pipe-line” van de IMA en haalde het boek niet meer als “nummer 129 voor de Franse burgers”.

Beide delen beschrijvende mineralogie zijn alfabetisch volgens mineraalnaam gerangschikt, en voor elk mineraal werden er twee bladzijden gebruikt. Alle beschrijvingen beginnen op de linker pagina (de even paginanummers) en eindigen op de rechterpagina, zodat je alle informatie kan zien telkens je het boek op een willekeurig mineraal openslaat. Dat is alleszins erg gebruiksvriendelijk. Aeriniet bijt de spits af op p.14-15, en dat deed me al direct de wenkbrauwen fronsen: werd aeriniet niet voor het eerst gevonden in Spanje? Inderdaad, maar het mineraal blijkt nu ook een Franse neotypevindplaats te hebben en verdient op die manier toch ook zijn plaats in dit boek.

Bij de mineralen genoemd naar Franse burgers treedt adamiet als eerste aan. Niet omdat men van mening is dat de eerste man op aarde Franse roots heeft, maar wel omdat het mineraal genoemd werd naar Gilbert-Joseph Adam (1795-1881), een belangrijke Franse mineralenverzamelaar. Grappig is ook de vermelding dat Moore in 1968 het isostructurele mineraal eveiet beschreef, “to allude in a serpentine way to the famous couple in Christo-Judaeic mythology”.

Alle beschrijvingen werden in hetzelfde strakke keurslijf gestoken. Onder de naam, formule, kristalstelsel, ruimtegroep en cel parameters, staan twee foto's (bijna steeds in kleur) van het mineraal naast elkaar. Daaronder volgt uitleg over de typevindplaats, het voorkomen (de geologische en mineralogische context waarin het gevonden werd), een korte beschrijving van hoe het eruit ziet en eventueel welke structuur het bezit, hoe het aan zijn naam kwam (meestal met een passende foto van de desbetreffende persoon of vindplaats), wat informatie over de holotypes, nog wat bijkomende opmerkingen en tenslotte de IMA-status. Het geheel wordt telkens afgesloten met een chronologisch geordende referentielijst.

Na de beschrijving van de 255 “gewone” mineralen, volgen er zes "onregelmatige" mineralen, met name asbolaan, “biotiet”, lechatelieriet, plombièriet, rosièresiet en wattevilleiet. De IMA-status van deze species is “questionable” (of zou het moeten zijn), behalve voor biotiet, dat nu de naam is voor een hele groep van mica's.

De acht appendices zijn voornamelijk samenvattingen van de 255 beschrijvingen, in tabelvorm en op diverse manieren gerangschikt. Zo kan je uit appendix 2 gemakkelijk afleiden dat het eerste mineraal dat in Frankrijk ontdekt en beschreven werd, plumbogummiet is (Démeste, 1779). Een overzichtelijk kaartje toont het aantal typevindplaatsen per Frans departement. De Var is met zestien nieuwe mineralen koploper. Op zich niet zo verwonderlijk, want in dat departement bevindt zich immers de vindplaats Cap Garonne, goed voor veertien van de zestien nieuwkomers.

Uit de appendices kan je ook veel andere dingen afleiden. Zo toont appendix 5 dat dolomiet het eerste mineraal is dat genoemd werd naar een Frans burger. Eugene Péligot is “de laatste Franse burger” die in dit boek met de eer van “een nieuw mineraal in zijn naam” gaat lopen, al laat de publicatie van de officiële beschrijving blijkbaar op zich wachten (Kampf et al., “2017” en “in press”). De geografische verspreiding van de typevindplaatsen van mineralen genoemd naar Franse burgers, toont duidelijk dat buiten Frankrijk vooral Italië en Duitsland van belang zijn.

Appendix 7 is een tabel van de top 21 landen gerangschikt volgens het aantal mineralen met een typevindplaats in dat land. De VS en Rusland staan uiteraard op de eerste en tweede plaats; Frankrijk is twaalfde in de lijst met 114 species. Jammer genoeg wordt er geen verklaring gegeven waarom er maar 114 staat in deze tabel, terwijl je toch minimum 123 (of 127 met Nieuw-Caledonië erbij) zou verwachten.

Appendix 8 ten slotte is een alfabetische lijst van bijna drie bladzijden met verouderde mineraalnamen (en de corresponderende juiste benaming) die de auteurs tijdens hun research voor dit boek zijn tegengekomen. Eigenlijk had ik verwacht dat die lijst veel groter zou zijn. Het is een feit is dat niet alle verouderde namen werden opgenomen, zelfs niet diegene die elders in dit boek staan. Zo vind je op de pagina's van epidoot bijvoorbeeld namen als “green schorl” (gezien Romé de L'Isle aangehaald wordt, moet dit waarschijnlijk "schorl vert" zijn), delphinite, ancanthicone, arendalite en thallite. Jammer genoeg vinden we enkel delphinite in deze appendix terug.

Diverse alfabetische indexen sluiten het boek af. Naast de mineralen-index (waar giftgrubeiet en verneiet helaas niet in opgenomen werden) en een index van belangrijke personen, is er ook een vindplaatsen-index waar je per land de vindplaatsen ziet die in het boek vermeld worden.

De laatste pagina vertelt ons wat meer over de auteurs. François Fontan (1942-2007) was werkzaam als wetenschapper aan de universiteit van Toulouse (Frankrijk) en was nog twee maanden verwijderd van zijn pensioen toen hij plotseling overleed. Het project waar hij de laatste 2 jaar intens aan gewerkt had, werd dan overgenomen en afgewerkt door zijn goede vriend Robert (Bob) Martin, die nu professor emeritus is aan de universiteit in Montreal (Canada). Bob was tevens redacteur van The Canadian Mineralogist en de initiator van de Special Publications of The Canadian Mineralogist. Dit boek is SP13, het dertiende in de reeks en het derde in zijn genre binnen die reeks (na SP6 (2003), Mineral Species Discovered in Canada en SP8 (2005), Mineral Species first described from Greenland).

De voorzijde van het boek werd treffend geïllustreerd met een uitzonderlijke foto van een prachtig specimen van haüyn van de hand van Eddy Van Der Meersche. Eddy viel zelfs twee maal “in de prijzen”, want de foto van fontaniet (cotype) op de achterzijde van het boek is ook van hem (naast tal van andere foto's in het boek). De haüyn trekt echt wel de aandacht, niet alleen door zijn prachtige kleur, maar ook door de vorm van de afgeronde kristallen, die je als twee grote facetogen aanstaren.

Uiteraard zijn de illustraties in dit boek van groot belang. Robert Martin heeft geprobeerd om, indien mogelijk, een afbeelding te vinden van een specimen van de typevindplaats. Indien dat onmogelijk bleek, werd er gekozen voor een of meerdere foto's die het mineraal zo goed mogelijk illustreerde(n). Heel wat fotografen hebben hun creaties ter beschikking gesteld, wat er ongetwijfeld ook voor gezorgd heeft dat de kwaliteit van de foto's varieert van matig tot uitstekend. Die laatste categorie heeft gelukkig ruim de overhand, dank zij de foto's van tal van bekende topfotografen. Ook niet onbelangrijk is de enorme evolutie die de fotografie van vooral micromineralen heeft gekend tijdens dit project, dat toch twaalf jaar geduurd heeft; niet alleen van analoog naar digitaal, maar ook van één enkele opname tot een composietfoto van tientallen detailopnames, die softwarematig allemaal samen tot één ideaalbeeld verwerkt worden ('stacking').

Het spreekt voor zich dat een dergelijk project jaren van intensieve research vraagt. Het resultaat is dan ook ronduit indrukwekkend en iets waar de auteurs terecht trots op kunnen zijn. Kan je dit boek lezen als een roman? Dat betwijfel ik, maar dat is ook niet de opzet. Het is eerder een encyclopedisch werk, dat nog vele tientallen jaren zijn nut zal bewijzen. De “gepersonaliseerde” beschrijvingen van elk mineraal bieden alleszins een schat aan interessante weetjes en maken dat het boek uitnodigt om verder te lezen en te kijken. Vergelijk het met een fles goede Cognac of Calvados: die drink je ook niet in een keer leeg maar geniet je vele avonden van.

Dertig pagina's van het boek zijn ook te bekijken op de webstek van de Société Française de Minéralogie et de Cristallographie. Met een online pdf-viewer kan je er niet alleen in bladeren, maar ook in- en uitzoomen. Zeker een aanrader!

Download deze recensie als pdf

© GEA/auteur 2019