conglomeraat-UITSNEDE-bew-niv-versch-1500-x-220-titel.jpg

Fossiel van de maand: Fossielen vindplaats “Miste”

Deze maand neem ik u graag mee naar de beroemde fossielenvindplaats in de omgeving van Winterswijk; “Miste”, een buurtschap ten westen van deze plaats in de Gelderse Achterhoek. De buurtschap telde 530 inwoners op 1-1-2021 en heeft een oppervlakte van bijna 11 km2.

1. Klaar voor de zeefactie 24-25 september 1983.

In de ondergrond bij Miste bevinden zich vooral afzettingen uit het Mioceen tijdperk. De afzettingen zijn niet overal even dik, dit heeft te maken met de afzettingen die eronder liggen, uit het Oligoceen. Deze lagen bevatten veel klei met daarin verzinkingen welke ten tijde van het Mioceen werden gevuld met sediment. Ongeveer 23 miljoen jaar geleden begon het Mioceen en eindigde 5 miljoen jaar geleden en werd gevolg door het Plioceen, een tijdspanne van 18 miljoen jaar. Samen met het Plioceen vormt het Mioceen het Neogeen.

De “laag van Miste” is afgezet in het midden van het Mioceen in het zogenaamde Hemmorien tussen 18 en 14 miljoen jaar geleden. Omdat er in die lange periode een tropisch klimaat heerste, zullen we veel soorten schelpen (Bivalvia) en slakken (Gastropoda) in Miste tegenkomen die we in onze tegenwoordige Noordzee niet meer aantreffen. Daarvoor moeten we nu naar de Middellandse zee of nog een eind zuidelijker.  De fossielen die we in de afzettingen vinden zijn over het algemeen redelijk gaaf. Ook doubletten van schelpen komen veelvuldig voor. Dit kan duiden op een transgressie zee met weinig sterke golfslag en met wat dieper water.

2. Koraal: Stephanophyllia.
3.Koraal: Flabellum.
4. Koraal: Sphenotrochus.
5. Koraal: Cylindrophyllia duncani.

De afzettingen van het Mioceen liggen ongeveer 2m. onder het maaiveld en kunnen een dikte van 4m. bereiken. Ze bevatten veel fijnkorrelig glauconiet-houdend zand. De “schelpen laag” ligt op ongeveer 2,5 m. diepte. Daaronder bevindt zich de zgn. Rupelklei in het al genoemde Oligoceen. Echt aan de oppervlakte komen de afzettingen ook elders voorbij voorbeeld in de oevers van de Slingebeek ten oosten van Winterswijk bij de zgn. Stemerdinkbrug. Deze vindplaats was al bekend voor de WO2. Ook in Zeeuws Vlaanderen bij Oostburg en Aardenburg ligt het Mioceen net onder het oppervlak. Vooral in Duitsland bij het plaatsje Dingden komt veel Mioceen materiaal boven.

Dat er in de omgeving van Miste Mioceen materiaal zat, werd pas wereldkundig toen bij het plaatsen van wat palen schelpen boven kwamen. Dit was een volslagen verrassing. Dit was in 1968 aanleiding voor de Nederlandse Geologische Verenging, afd. Winterswijk, om daar boringen te verrichten, met het boven omschreven resultaat. De eerste ontsluiting werd gedaan door leden van de werkgroep Tertiaire en Quartaire Geologie (WTKG). Een gat graven met de schop kon door instortingsgevaar niet doorgaan. Met een graafmachine werd toen met succes een nieuwe poging gedaan.

6. Haaientanden van div. soorten haaien.
7. Otolieten: gehoorbeentjes van vissen.

Van 27 september tot 11 oktober 1971 werd een graafactie gehouden door het toenmalige RMG (nu Naturalis). Er werd een put gegraven van 3.75m diep met een omvang van 5x15m waarvan vooral de onderste 40 cm. fossielrijk was. Deze basis laag werd met de hand gezeefd. Het overige Miocene sediment werd met graafmachines op een hoop gegooid en met motorpompen uitgespoeld. Het resultaat was 330 kg hand-gezeefd en 1.600 kg pomp-gespoeld fossiel materiaal.  Sindsdien zijn er vele ontsluitingen gemaakt door diverse musea, met over het algemeen mooie resultaten.

8. Zeeëgelstekel: Stylocidaris.
9. Zeepok vastgehecht aan een zeeëgelstekel.
10. Aporrhais alata. Pelicaansvoet.
11. Ficus conditus.

Op 5 april en 10 mei 1975 werden op de TV, tijdens de uitzendingen van het jeugd programma “Stuif ’s In” door leden van de Stichting DJO (De Jonge Onderzoekers) fossielen getoond afkomstig uit een ontsluiting in Miste. Dit bleek een groot succes en trok veel belangstelling van vooral jongeren die geïnteresseerd waren in zulke heel “oude schelpen”. Men besloot t.b.v. een excursie van de DJO op 5 september dat jaar, een ontsluiting te maken. Er werd een groot landelijk evenement van gemaakt, waar ieder die belangstelling had tegen een geringe vergoeding kon komen zeven en verzamelen. De vergoeding was samen met een donatie van de AVRO bedoeld om de kosten te dekken.

Met een grijper werd 45m3 grond met Miste-fossielen op vrachtwagens geladen en naar het recreatie gebied. Het Hilgelo gebracht en daar op het strand van de oude zandwinningsplas gestort. De landelijke Stichting DJO stond garant voor het succes. Ruim 275 deelnemers kwamen er op af, gewapend met schoppen, keukenzeven en as-zeven, grote lepels, etc. Men stortte zich op de zandhopen als was het een zandbak. Graven, zeef vullen en naar het water lopen, na het zeven uitzoeken en óp naar de volgende ronde. Het museum Freriks uit Winterswijk pakten het vrij groots aan met motorpomp en grote zeven. 

12. Glycymeris obovata baldii
13.Chicoreus aquitanicus.

Een succes was het zeker gezien de hoeveelheid aan verschillende fossielen. Er werden fossiele lucifers gevonden…in werkelijkheid waren dat zee-egel stekels. Een groot minpunt aan deze happening was het feit dat de vele kinderen die aanwezig waren zich na verloop van een paar uur gingen vervelen en over de hopen zand gingen rennen en ravotten. Gevolg was dat er toch wel veel fossiel materiaal vernield is. En niet alleen nog aanwezig in de grond maar ook wat al gezeefd en uitgezocht was, zoals bij ondergetekende. Achteraf gezien is deze manier van verzamelen, door te graven, vervoeren en storten door de vrachtwagens en het handmatig zeven, geen goede keus. Veel mooi materiaal gaat verloren of beschadigd. Ook niet heel gek natuurlijk na 15 miljoen jaar! Op 13 september 2003 organiseerde de WTKG ter gelegenheid van het 40-jarige bestaan een excursie naar Miste in een akker van boer Berenschot.

14. Jubileum zeefactie WTKG. September 2003.

De uitgegraven grond werd naast de kuil gestort en de kuil half gevuld met water zodat er met de hand gezeefd kon worden. Op de oevers stonden div. installaties om met behulp van motorpompen de grond te spoelen. Dit waren de laatste graafacties in deze akkers, ze zijn met een landschapsherinrichtingsproject omgetoverd tot natuur gebied. De fossiele rijkdom is enorm, alleen al de weekdieren. A.W. Janssen schatte die al op 600 soorten. Hijzelf kwam al tot 500 soorten. In de huidige Noordzee zijn dat er ongeveer 150. Naast de enorme schat aan weekdieren worden vele andere fossielen gevonden: Koralen, krabbenscharen, bryozoën (mosdiertjes), haaientanden, Otolieten (gehoorbotjes van vissen) zeepokken en zelfs parels, etc.

15.Typhis pungens Na 18 miljoen jaar nog steeds een juweeltje.
16. Resultaat van twee dagen zeven. 24 – 25 september 1983.

Gebruikte literatuur:

  • Janssen, A.W., Mollusken uit het Mioceen van Winterswijk-Miste. Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging e.a.,1984.
  • Hoek, v.d. B., Fossielen uit de Miocene afzetting van Miste bij Winterswijk. Grondboor en hamer, ebruari 1981 no.1.
  • Kolstee, H.G. e.a., Wetenschappelijke mededelingen K.N.N.V, Winterswijk, Geologie deel 1., nr. 175- juli 1986.
  • Lindeman, T. e.a., Miste in historisch kader. Afzettingen WTKG; Miste special -1 jaargang 36 december 2015 (4); Miste special -2 jaargang 37 juni 2016 (2).
  • Nordsieck, Dr. Fritz, Die Miozäne Molluskenfauna von Winterswijk, NL., 1972 Fischer Verlag Stuttgart.

Foto’s en fossielenverzameling: Henk Vink.