Fossiel van de maand: De voormalige mergel/ kaolien groeve Ivö Skane, Zuid Zweden

Afb. 1. Ansichtkaart uit jaren ’70.
De afgelopen maanden heb ik wat meer dan normaal aandacht besteed aan m’n verzameling. Ik denk dat dit voor meer mensen het geval zal zijn geweest. Covid 19 speelt ons wat dat betreft aardig in de kaart. Op die manier kwam ik weer terecht bij wat vondsten die ik al 45 jaar geleden heb gedaan in Zuid-Zweden. Deze aflevering wil ik wijden aan deze bijzondere plaats nl. het eilandje Ivö (spreek uit als Iweu) een klassieke vindplaats van fossielen uit de Boven-Krijtperiode. De noordelijke punt van het eiland is inclusief de voormalige groeve een natuurmonument met eeuwen oude beuken en veel bijzondere beschermde planten waaronder een orchidee die de Zweedse naam “Skogsfru” (bosvrouw) draagt. In ieder geval is het zuiden van Zweden een fijne plek om een vakantie door te brengen. De natuur is prachtig, de uitgestrekte bossen, de schone meren en de rust maken het tot een ideaal vakantieland. De laatste keer dat ik op Ivö kwam, was in 2010. Ten opzichte van 1976 is er veel veranderd, eigenlijk mooier geworden, maar het verzamelen van fossielen is lastiger.

Afb.2. De helling van de Ivö klack. De voormalige groeve.
Het eiland ligt in het Ivösjön. Dit meer met een oppervlakte van 54 km2 is het grootste van de provincie Skane län, de zuidelijkste provincie van Zweden. De gemiddelde diepte van het meer is 10 meter en het diepste punt ligt op 50 meter. Het meer zelf ligt 6 meter boven de zeespiegel. Er leven 25 tot 30 verschillende vissoorten. Het eiland Ivö heeft een oppervlak van ongeveer 13 km2, de grootste lengte is 7 km, de breedte bedraagt op het breedste punt 3,7 km (ongeveer te vergelijken met ons Tiengemeten) en de totale kustlijn is 24 km. De helft van het eiland is bebost en de andere helft is voor de landbouw en recreatie. Het hoogste punt is de heuvel Ivö Klack die een hoogte bereikt van 130 meter. Ivö telt 192 inwoners.

Afb. 3. Kerkje op Ivö.
Er zijn 2 campings die gelegen zijn bij de veerhaven, ook is er een hotel. Je kunt het eiland alleen per pont bereiken, hoewel; zwemmen kan ook want de afstand tot de vaste wal is slechts 600 meter.
Er vaart in de zomer 3 maal per uur een pont in beide richtingen deze kabelpont is gratis en doet ongeveer 6 minuten over de oversteek, er kunnen 16 personenauto’s mee. De pont vertrekt uit Barum een heel klein plaatsje op het vasteland.Het eiland is onderdeel van de gemeente Kristianstad en is ongeveer 22 km daarvan verwijderd. Een andere grotere plaats in de buurt is Bromölla. De geschiedenis van Ivö gaat ver terug, 3000 jaar geleden vestigden zich al mensen op het eiland.

Vlak bij de veerhaven, aan de Barum zijde, werd in de jaren 30 van de vorige eeuw een graf ontdekt dat minstens 9000 jaar oud moet zijn. Het ging om het graf van een vrij jonge vrouw. De vondsten uit het graf zijn overgebracht naar het Nationaal Historisch Museum in Stockholm.Het duurde nog tot ongeveer de 13de eeuw voor Ivö in de geschiedenisboeken terecht kwam, dat gebeurde toen op het eiland een bisschop/staatsman, Andreas Sunesson, zich vestigde en hier op het eiland het Ivöhus bouwde. Van het oorspronkelijke gebouw is vermoedelijk alleen de “bisschopskelder” over. Het kerkje, gewijd aan St. Ursula, is ook in die tijd gesticht.

Geologie
Afb.4. Deel geologische kaart Skane. Ivö en omgeving.
Op het noordelijkste puntje van het eiland, onder aan de voet van de Ivö Klack, ligt de verlaten kaolien- kalksteengroeve. Het is voor verzamelaars en geïnteresseerden in de paleontologie een interessant gebied. Hier ligt nl. op het oer/basisgesteente, bestaande uit rode graniet en gneis, een 40 meter dikke laag kaolien/ porseleinaarde. Eigenlijk moet ik ‘lag’ zeggen, deze kaolien is grotendeels afgegraven voor de papier- en porselein industrie. In 1880 werd het kaolien ontdekt door een Deense dierenarts, in 1887 werd het in toenemende mate geëxploiteerd en vond de verwerking van de grondstof in Bromölla plaats. Ook nu nog zijn hier grote ceramiek bedrijven gevestigd. In 1911 werkten er 160 man in de mijnbouw van de kalksteen en 360 man was doende met de productie van chamotte en cement. Kaolien/porseleinaarde, een sneeuwwit gesteente dat is ontstaan door verwering van veldspaatrijke gesteenten.

Leuk om te vermelden: in 1886 werd er onderzoek gedaan door de Zweedse geoloog Gerard De Geer, 1858 – 1943. Klinkt wel erg Nederlands en dit klopt ook; hij stamde uit het adellijk geslacht De Geer dat in de 17de eeuw naar Zweden was geëmigreerd. Zijn vader bracht het tot de eerste minister-president van Zweden. In 1889 beschrijft hij uitgebreid zijn bevindingen en is daarmee een van de velen die over deze groeve geschreven hebben.

Afb.5. Het afgegraven gebied.
In het GEA, nummer 2, 1992 beschrijft Yps Boersma- Terpstra uitgebreid over het ontstaan van het kaolien op Ivö. In 1920 werd op Ivö een slibbedrijf gebouwd met bijbehorende slibbekkens. Kaolien wordt nl niet gegraven maar weggespoeld met gebruik van heel veel water. Van 9 ton ruwe kaolien blijft 1 ton ”gel” over! Deze “gel” wordt in de chamotteklei verwerkt. Al in 1950 was het gedaan met de bedrijvigheid op Ivö. Er bleef op die plaats een grote wond in het landschap achter. Inmiddels is het hele gebied van de groeve opgenomen in een natuurmonument met wat geluk zijn er nog wel kleine fossielen te vinden.

Afb. 6. Belemnellocomax mammillatus.
Voor verzamelaars van fossielen was er nog tot in de jaren ’70 het een en ander te graven en vaak ook wel met succes. Niet in het kaolien maar meer in de lagen gesteente die óp het kaolien lagen. Het zijn afzettingen uit de late Krijtpweriode, met name het Campanien en het Maastrichtien. Afzettingen van zo’n 70 miljoen jaar geleden. Het zijn afzettingen met een enorm rijke fauna. In de loop van de jaren dat hier het kaolien en kalksteen gewonnen werd, zijn er in deze groeve vele bijzondere vondsten gedaan, vondsten zoals we die bijvoorbeeld ook kennen uit Zuid-Limburg. Om te beginnen enorme hoeveelheden schelpen van verschillende soorten. Zee-egels, brachiopoden en ook ammonieten. Vooral de belemnieten waren opvallend. Deze hebben de tand des tijds goed doorstaan en werden op sommige plekken dan ook in grote hoeveelheden in gave toestand gevonden.

Haaientanden van verschillende soorten (ik heb deze ook verzameld maar ze zijn op een of ander manier zoekgeraakt). In de groeve zelf heb ik geen haaientanden gevonden, wel op de oever-strandjes aan de westkant van het eiland. Qua formaat waren ze niet groter dan een paar mm tot maximaal 1cm. Van de brachiopoden heb ik een vrij fors exemplaar in m’n verzameling namelijk een Terebratula en een veel kleinere Rynchonella.
Afb.7. Terebratula species. Armklep.
Afb.8. Rhynchonella species.
Afb. 9. Lopha species.
Afb.10. Een paar Lopha’s species.
Oesters werden veel gevonden, soms met vele bij en aan elkaar als het ware als stukken van oesterbanken. Vooral oesters van het geslacht Lopha (Nederlandse naam is Hanekamoester). Bepaalde soorten Lopha species komen ook nu nog voor, vooral in het Indische-Pacific gebied. Het leefgebied van de Lopha is in rustig, helder zoutwater tussen het getijdengebied tot 40 meter diep. Hun leefwijze is als die van oesters namelijk vastgegroeid aan een hard substraat. Dit kunnen rotsen zijn maar ook al vast gegroeide andere oesters. Op die manier kunnen oesterbanken worden gevormd. Door hun immobiele leefwijze behoren zij tot de epifauna. Het gaat hierbij om dieren als zeepokken, bryozoa (mosdiertjes), sponzen en anderen die een soortgelijke leefwijze hebben. Niet alle epifauna bewoners zijn vast gehecht, bv de alikruik, diverse boormosselen en kokerwormen behoren wel tot de epifauna maar verplaatsen zich wel. Oesters zijn vaak begroeid met ander organismen.
Afb. 11. Lopha species.
Afb.12. “Hanekamoester”. Lopha species.
De grotere vondsten zoals o.a. een schedel van een zeekrokodil, de resten van een zeeschildpad en botten en tanden van een Plesiosaurus zijn te bewonderen in het kleine paleontologisch museum in het treinstation van Bromölla.
Afb.13. Station/museum Bromölla. Foto:Commons Wikimedia.org
Afb. 14. Dinofontein Bromölla. Foto: en.Wikipedia.org
Het museum heeft de toepasselijk naam Havsdrakarnas Hus ofwel Zeedrakenhuis. Het zijn niet alleen de grote spectaculaire fossielen die daar te zien zijn, ook kleinere fossielen zijn te bewonderen, bijvoorbeeld zee-egels, haaientanden en slakken. Overigens zijn behalve de vondsten van Ivö ook fossielen uit de directe omgeving op het vasteland hier te vinden. In de zomer worden vanuit het museum fossielen-zoekdagen en workshops georganiseerd.

Bromölla heeft wel wat met fossielen, in de stad staat een grote ceramiek fabriek en die heeft op een plein een grote fontein ingericht met twee prachtige ceramiek Plesiosauriërs.

Op de gevel van een ander fabrieksgebouw is een jaar of 5 geleden een enorme Tyranno Rex in gravitatie aangebracht door de kunstenaar Henrik Haven van de BSA Brooklyn street art +co.

Afb. 15. Muurschildering door BSA Brooklyn Streetart + co; foto Henrik Haven.
Nog even dit:
Als je van plan bent eens een kijkje te gaan nemen op Ivö, De reis vanaf Utrecht bedraagt 900 km, daar zit dan ook nog een ontspannende zeereis van 1 uur bij in. Dat is dus via de Duitse autobaan naar Puttgarden en de Öresundbrug Denemarken-Zweden (tolbrug). Wil je liever niet varen, dan is helemaal rijden ook mogelijk via Deense autowegen, de Grote Beltbrug (tolbrug) en de Öresundbrug, maar dit is dan wel 130 km meer. Qua tijd maakt het normaal gesproken niet heel veel uit, slechts een half uur.

Foto’s tenzij anders vermeld Henk Vink. Fossielen collectie Henk Vink.

Om dit stuk te schrijven maakte ik gebruik van de volgende hulpbronnen:
  1. Faktablad 2, 2010, Kristianstads Turistbyra.
  2. Yps Boersma – Terpstra, Geologische ervaringen van een Gea-lezer, Ivö in Skane (zuid-Zweden): land van Sagen, kalk en kaolien. GEA 1992 nr. 2 vanaf blz. 61. Gratis te downloaden via: https://natuurtijdschriften.nl/pub/414886.
  3. Walter Kegel Christensen Upper Cretaceous belemnites from the Kristianstad area in Scania., FOSSILS AND STRATA nr 7., Oslo, 20th March 1975, Uitgave: Universitetsforlaget. Oslo.
  4. Wikipedia internet Encyclopedie.