College van de maand: eilanden in de lucht - ruimtegebrek in berggebieden

Sinds enkele weken is het officieel: Noorwegen heeft er een nieuwe bergtop bij van boven de 2000 meter. Het eerste steenmannetje om de top te markeren is al geplaatst. Groot nieuws onder de bergbeklimmers, maar weinig onder de aandacht gekomen bij de rest van de bevolking. De bergtop is te vinden naast Glittertind in Jotunheimen nationaal park: de een na hoogste bergtop van Noorwegen. De top was lange tijd bedekt onder een dikke ijskap van de Grotbreen gletsjer. Te dik om hoogtemetingen van het vaste gesteente onder het ijs uit te voeren. Sinds 2005 daalt het ijsoppervlak jaarlijks met meer dan 80 cm. De laatste jaren is het veel sneller gegaan, in drie jaar tijd is er maar liefst vijf meter ijs weggesmolten. Dat de top nu geheel ijsvrij is heeft een aantal consequenties. Voor enthousiaste wandelaars die graag “2000 meter tops” aan hun prestatielijst toevoegen is het leuk om een bezoekje te brengen aan de nieuwe top, maar voor de ecosystemen die zich hebben aangepast aan leven in hooggebergtes met veel sneeuw is dit het begin van grote problemen.

Afb. 1. Vegetatiezones op Aarde volgen nagenoeg de bekende klimaatzones zoals vastgesteld door Köppen.
Bron: Ville Koistinen, CC BY-SA 3.0.

Over de hele wereld komen planten- en diersoorten voor in een omgeving die past bij hun ecologische niche, een specifieke combinatie van omgevingsfactoren waarin de soort optimale levenscondities ondervindt. Als je de verspreiding van soorten van equator naar de polen bekijkt (afb. 1) zie je dat vegetatiegroepen grotendeels verspreid zijn volgens de verschillende klimaatzones. Enkele uitzonderingen zijn te vinden rond berggebieden en kustzones, waar geografische factoren de verspreiding van soorten kan beïnvloeden of blokkeren.

De huidige verspreiding van soorten is ontstaan door het voortdurend veranderen van ideale klimaatomstandigheden tijdens de afwisselingen van ijstijden en interglacialen over de laatste duizenden jaren. Wanneer de omgeving verandert hebben soorten drie verschillende opties; ze migreren naar een omgeving met een milieu dat past bij hun levensomstandigheden, ze passen zich aan de nieuwe omstandigheden aan of ze sterven (lokaal) uit. Tijdens de ijstijden was migratie het belangrijkst voor het voortbestaan van soorten, waarbij soms enorme afstanden afgelegd werden. Hierbij kunnen soorten echter tegen een aantal problemen aanlopen. Als het warmer wordt verschuiven de vegetatiezones naar de polen. Het doorschuiven houdt daar op een gegeven moment op, er is immers niet meer ruimte op de Aarde boven de polen.

Hetzelfde patroon is te zien in berggebieden, hier zijn de vegetatiezones niet horizontaal maar verticaal verspreid. Omdat de gradiënten op een berg veel nauwer bij elkaar liggen dan over de breedtegraden, bestaan nauwe zones op slechts enkelen honderden meters van elkaar (afb. 2).

Afb. 2. Berggebieden hebben vergelijkbare vegetatie zones zoals die ook in de verschillende klimaatzones voorkomen. Bron: http://piusxearth.weebly.com/de-bergen.html.

In berggebieden zijn daarom de consequenties van veranderingen in omgevingsfactoren snel te zien. Het voordeel voor veel planten en diersoorten is dat ze door deze nauwe klimaatzones makkelijker naar een zone kunnen migreren met een geschikt milieu, het is immers dichterbij. Het nadeel is dat met de huidige klimaat opwarming de zones omhoogschuiven en er op een gegeven moment geen ruimte meer is op de bergtop. Het kan zijn dat er op een hogere bergtop in de buurt nog wel ruimte is, maar vaak zijn de afstanden tussen individuele bergtoppen niet te overbruggen. Het zijn als het ware eilanden in de lucht.

Daarnaast is de oppervlakte van een bergtop vele male kleiner dan de oppervlakte van de hellingen eromheen, wat het ruimtegebrek verergerd. Deze veranderingen moeten we goed in gedachten houden als we bijvoorbeeld denken aan natuurbescherming. In het voorbeeld van Jotunheimen, waar de ijskap aan het verdwijnen is, betekent dit nu nog dat er op het verse gesteente plaats is voor de soorten die in periglaciale gebieden vertoeven, maar als het zelfs daar te warm wordt, kunnen ze nergens meer heen en zullen ze lokaal uitsterven.

{top, left};">Afb. 3. Schets van Alexander von Humboldt met vegetatiezones op een berg. In het begin van de 18e eeuw stelde Humboldt vastst dat bergebieden functioneel en structureel vergelijkbare vegetatiezones hebben als hun klimaten vergelijkbaar zijn.
Bron: https://journals.openedition.org/cybergeo/25478.

Friedrich Heinrich Alexander Freiherr von Humboldt (1769 –1859) was een Pruisische natuuronderzoeker, wetenschapper en ontdekkingsreiziger. Humboldt deed onderzoek in Midden- en Zuid-Amerika en maakte een uitvoerige beschrijving van vegetatie zones in het gebergte.


Referentie:
https://www.nrk.no/innlandet/ein-ny-totusenmeterstopp-tinar-fram-av-grausbreen-i-jotunheimen.-forskarar-er-bekymra.-1.15624987